Log in
inloggen bij Betoniek
Hulp bij wachtwoord
Geen account?
shop word lid
Home / Artikelen

De druk wordt langzaam opgevoerd

Realtime meten van bekistingsdrukken in de praktijk Felix Leenders, Aaike de Tender - 26 februari 2026

Bij Zuidwestboog Meteren zijn voor een pergolaconstructie 24 pijlers gestort van bijna 10 m hoog. Om te voorkomen dat de bekistingsdrukken te hoog zouden worden, zou elke stort volgens de theoretische benadering ongeveer acht uur duren. Door gebruik te maken van druksensoren is de stortduur verkort tot vier uur. Van elke stort zijn alle parameters gemeten en de bekistingsdrukken opnieuw doorgerekend. Dit artikel laat zien dat de bepalingsmethode voor bekistingsdrukken in NEN 8670 een goede karakteristieke bovengrens oplevert, maar ook dat 'tijdstip einde binding' niet goed te bepalen is, terwijl het een zeer belangrijke factor is.

In het kort

  • Bij project Zuidwestboog Meteren (ProRail) zijn 24 pijlers van bijna 10 m hoog gestort voor een pergola-constructie; door inzet van realtime druksensoren is de stortduur teruggebracht van circa acht uur (theoretisch) naar vier uur per pijler
  • Betonspecie gedraagt zich plastisch en oefent horizontale druk uit op de bekisting; bij volledig hydrostatisch gedrag kan deze druk oplopen tot 250 kN/m², terwijl de meeste bekistingen ontworpen zijn voor 50–90 kN/m²
  • De bepalingsmethode voor bekistingsdrukken is in 2021 vastgelegd in NEN 8670 (normatieve Bijlage B), gebaseerd op de Duitse DIN 18218; hiervoor werd in de praktijk nog teruggevallen op de oude VBU of DIN 18218 omdat NEN-EN 13670 geen bepalingsmethode bevatte
  • De bekistingsdruk wordt beïnvloed door een groot aantal factoren, waaronder consistentieklasse, stijgsnelheid, specie- en omgevingstemperatuur, bindtijd, hulpstoffen en de hoeveelheid wapening
  • Het 'tijdstip einde binding' (tE) is een zeer bepalende factor: bij gelijke stijgsnelheid neemt de bekistingsdruk voor een F4-mengsel met 70% toe wanneer tE verschuift van 5 naar 10 uur
  • Door onzekerheden in de parameters en meerdere invloedsfactoren ligt de theoretische bekistingsdruk hoger dan de werkelijke druk. Sensoren bieden daarom een goed alternatief om de daadwerkelijke drukken te monitoren en verantwoord sneller te kunnen storten.
  • De sensoren geven real-life informatie, zijn eenvoudig in plaatsen en zijn eenvoudig in gebruik.
  • De definitie van 'tijdstip einde binding' in NEN 8670 sluit niet aan op de beproevingsmethode uit NEN-EN 196-3; die beproeft een cementpasta zonder hulp- en vulstoffen en is bovendien niet geschikt voor mengsels met toeslagmateriaal
  • Hulpstoffen zoals vertragers en PCE-plasticeerders kunnen het bindproces aanzienlijk vertragen en daarmee de bekistingsdrukken verhogen; de betoncentrale is niet verplicht te melden dat een vertrager is gebruikt
  • In de praktijk bij Meteren bleven de gemeten bekistingsdrukken in alle gevallen onder de berekende rekenwaarde; de berekende waarden lagen tot circa 40% hoger dan gemeten
  • Een simplistische statistische analyse van zes pijlers laat zien dat de gemeten karakteristieke bovengrens (85 kN/m²) goed aansluit bij de theoretische karakteristieke bekistingsdruk (93 kN/m²), wat de methode in NEN 8670 als realistische bovengrens bevestigt
  • Realtime meting van bekistingsdrukken via sensoren bleek in de uitvoering eenvoudig, betrouwbaar en een essentieel veiligheidsmechanisme; bij toekomstige vergelijkbare projecten zal deze meetmethode vaker worden ingezet

Dagelijks reizen er meer dan een miljoen mensen met de trein en jaarlijks wordt er zo’n 40 miljoen ton aan goederen over het spoor vervoert. Hiermee heeft Nederland het meest intensief bereden spoorwegennet van de Europese Unie. Om klaar te zijn voor het huidige en toekomstige gebruik startte ProRail in 2010 het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) [1].

Projectgegevens

Project: Zuidwestboog Meteren

Aannemer: Van Hattum en Blankevoort

Opdrachtgever: ProRail

Leveranciers: ABC Betonmortel, Vemaventuri

(sensoren), Construx (bekisting)

Als onderdeel van dat plan wordt bij Meteren een spoorverbinding gemaakt die de Rotterdamse haven via ’s-Hertogenbosch zal verbinden met de Brabantroute. De Brabantroute (fig. 2) is de spoorlijn tussen Moerdijk en Venlo en verbindt de havens van Rotterdam, Vlissingen en Antwerpen met het Duitse Roergebied. Door deze nieuwe verbinding worden steden als Breda en Tilburg ontlast en wordt het gebruik van de Betuweroute gestimuleerd [2]. De Betuweroute (fig. 2) wordt in Zuidwestrichting verbonden met het spoor tussen ’s-Hertogenbosch en Amsterdam. Er worden twee trogbruggen met aanbruggen gerealiseerd over de A15 en een pergola-constructie over het huidige spoor Utrecht – ’s-Hertogenbosch (fig. 2). Het werk is in 2023 gegund aan Van Hattum en Blankevoort. In dit project worden meerdere pijlers gestort waarbij de stijgsnelheid afhankelijk is van de bekistingsdrukken. Dit artikel gaat daar dieper op in.

Volledige bericht lezen?

Het volledige item is gratis beschikbaar voor onze leden.
Nog geen lid? meld u aan bij ons netwerk.

Reacties

Storten van een pijler bij zonsopkomst (foto: Aaike de Tender)
x Met het invullen van dit formulier geef je Betoniek en relaties toestemming om je informatie toe te sturen over zijn producten, dienstverlening en gerelateerde zaken. Akkoord
Betoniek ©2026. All rights reserved.