Log in
inloggen bij Betoniek
Hulp bij wachtwoord
Geen account?
shop word lid
Home / Artikelen

Plafond- en koploperwaarden voor duurzaam beton

Betontechnoloog moet aantonen dat aan waarden wordt voldaan Niki Loonen, Nick Vervoort - 28 november 2025

Het Betonakkoord heeft op 24 juni 2025 een rapport gepubliceerd met plafond- en koploperwaarden voor de milieu-impact van beton. Dit rapport is opgesteld door een onafhankelijk expertteam. De intentie is dat deze waarden marktbreed worden toegepast, zodat opdrachtgevers eenduidig gaan uitvragen, aannemers hun bouwmethoden op duurzaam beton gaan inrichten en betonproducenten hun mengsels hierop afstemmen. Ook de betontechnoloog vervult daarbij een cruciale rol.

In het kort

  • Het Betonakkoord heeft in juni 2025 plafond- en koploperwaarden vastgesteld voor de milieu-impact van beton, uitgedrukt in MKI en CO2, met als doel een eenduidige en marktbrede toepassing. 
  • De waarden zijn opgesteld door een onafhankelijk expertteam en bedoeld om opdrachtgevers, aannemers en betonproducenten te ondersteunen bij het verduurzamen van betonconstructies. 
  • De methodiek onderscheidt vier toepassingscategorieën: ongewapend, binnen, buiten en agressief, die zijn gekoppeld aan praktische gebruikscondities in plaats van formele milieuklassen. 
  • Voor elke categorie zijn duurzame referentiemengsels vastgesteld, met bijbehorende minimale cementgehalten en referentiesterkteklassen. 
  • De plafondwaarden worden geacht met beperkte aanpassingen haalbaar te zijn, terwijl de koploperwaarden ambitieuzer zijn en grotere wijzigingen in mengsels en productie vereisen. 
  • De MKI- en CO2-waarden zijn berekend voor de productiefase van beton (LCA-fasen A1–A3) en gelden voor de jaren 2025, 2026 en 2027. 
  • Voor specifieke situaties, zoals hogere sterkteklassen, prefab beton en wintercondities, zijn toeslagpercentages vastgesteld waarmee hogere milieu-impact wordt toegestaan. 
  • De methodiek biedt ruimte voor innovatieve bindmiddelsystemen, zoals beton met hoogovenslak, gecalcineerde klei of geopolymeerbeton. 
  • De betontechnoloog speelt een centrale rol bij het aantonen dat betonmengsels voldoen aan de geldende plafond- of koploperwaarden, onder meer met behulp van rekeninstrumenten zoals de Ontwerptool Groen Beton.

Dat beton een aanzienlijke milieu-impact heeft, zal bij eenieder bekend zijn. Dit komt met name door de grote hoeveelheden die ervan worden gebruikt en de uitstoot van CO2 bij gebruik van traditioneel Portlandcement (CEM I). Het gebruik van duurzaam beton is dan ook cruciaal voor een toekomstbestendige bouwsector. Het Betonakkoord is daarbij met concrete afspraken – bijvoorbeeld in de vorm van plafond- en koploperwaarden voor MKI (mileukostenindicator) en CO2 – een belangrijke aanjager. In dit artikel meer over deze waarden.

Van doelstelling naar methodiek

Het Betonakkoord heeft een expertteam ingesteld (zie kader) om eenduidige uitvraagcriteria te formuleren, waarmee de milieu-impact van beton wordt verlaagd. Het expertteam heeft vervolgens een methodiek vastgesteld met plafond- en koploperwaarden voor de milieu-impact van een kubieke meter beton. Deze waarden zijn afhankelijk van onder meer toepassing, sterkteklasse en productie. Het betreffen betonmengsels binnen de huidige regelgeving, met bekende grondstoffen. Achterliggende gedachte is dat de plafondwaarden met beperkte aanpassingen in het productie-/bouwproces voor de meeste partijen nu al mogelijk zijn. De koploperwaarden vergen vaak grotere aanpassingen, maar zijn technisch haalbaar.

Expertteam

In het expertteam hadden zitting:

• Niki Loonen; Voorzitter (TBI)

• Jeannette van den Bos (Rijkswaterstaat GPO)

• Sebastiaan van Hellenberg Hubar (IMd Raadgevende Ingenieurs)

• Jurgen Hielema (Rijksvastgoedbedrijf)

• Ulbert Hofstra (SGS Intron)

• Michaël Menting (Dura Vermeer)

• Rob Vergoossen (Haskoning)

• Nick Vervoort (Heijmans)

• Alfons van Woensel (Bruil / Betonhuis)


Categorieën
In de methodiek worden de volgende categorieën (condities) onderscheiden, gerelateerd aan milieuklassen (zie kader) van het beton:

  • Ongewapend
  • Binnen
  • Buiten
  • Agressief

Deze categorieën zijn bepalend voor de hoeveelheid cement – dat voor het belangrijkste deel de milieu-impact van beton bepaalt. De minimale hoeveelheid cement is vastgelegd in de geldende normen. De categorie 'agressief', van toepassing voor omstandigheden met zeewater, dooizouten en waterzuiveringen, vraagt het meeste cement. Bij dit soort mengsels is een dichte (weinig poreuze) microstructuur namelijk essentieel om indringing van agressieve stoffen te voorkomen. De categorie 'Ongewapend' bevat het minste cement, en geldt onder andere voor werkvloeren. 'Binnen' geldt voor beton dat in het gebruik overwegend droog blijft en 'Buiten' voor min of meer al het andere beton.

De plafond- en koploperwaarden zijn gekoppeld aan condities waarin het beton daadwerkelijk wordt toegepast. In de praktijk worden de ontwerp milieuklassen soms hoger gekozen dan de daadwerkelijke blootstellingsconditie. Onder andere daarom is in de plafond- en koploperwaarden geen koppeling gemaakt met officiële milieuklassen. In tabel 1 is voor het gemak toch een praktische vertaling naar de milieuklassen gemaakt. Dus voor de duidelijkheid: bijvoorbeeld een betonwand die voldoet aan milieuklasse XD3, maar wordt toegepast in een binnenconditie moet voldoen aan de plafond- en koploperwaarden voor 'binnen'.

Volledige bericht lezen?

Het volledige item is gratis beschikbaar voor onze leden.
Nog geen lid? meld u aan bij ons netwerk.

Reacties

1. KJ Den Haag. De strook boven de balk is in hogere sterkte beton (C55/67) uitgevoerd, de vloer ertussen met normale sterkte (C30/37). Door kleurstof aan het sterkere beton toe te voegen kon men zich in de uitvoering niet vergissen (foto: Niki Loonen)
x Met het invullen van dit formulier geef je Betoniek en relaties toestemming om je informatie toe te sturen over zijn producten, dienstverlening en gerelateerde zaken. Akkoord
Betoniek ©2026. All rights reserved.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren